De eerste zinnen uit Leve de fiets!: “Hallo! Ik ben professor Fiets. Ik weet veel over fietsen. Speciaal voor jou heb ik er een boek over geschreven. Als je het goed leest, kun je op het einde het professor Fiets-diploma behalen. Dat zou ik fijn vinden. Met twee is altijd leuker dan alleen. Klaar? Daar gaan we!”
Professor Fiets loodst jonge lezers op een begrijpelijke maar zeer aantrekkelijke manier door de evolutie van ‘de bottenschudder’, geschreven voor beginnende lezers.
Het boek begint bij de prehistorie en de uitvinding van het wiel (In het begin was er niets. Helemaal niets. Dus ook geen fiets). Na het hoofdstuk prehistorie volgt een hoofdstuk ‘jouw prehistorie’ (In het begin was jij er niet. Helemaal niet. Zonder jou gingen miljarden jaren voorbij). Mooi hoe daar het ‘ontstaan’ van een kindje wordt uitgelegd. En hoe beide ‘prehistories’ gelinkt worden.
Ook na de volgende hoofdstukken over de evolutie van de fiets (de loopfiets, de eerste trapfiets, de echte fiets…) volgt steeds een hoofdstuk over de evolutie en het opgroeien van een kind (jouw loopfiets, jouw eerste trapfiets, je fietst echt…). Dit maakt ‘geschiedenis’ tastbaar voor jonge kinderen.
Op het einde van het boek kan je a.d.h.v. 10 stellingen checken wat je onthouden hebt en kan je het Professor Fiets diploma behalen.
Fijn boekje, vlot geschreven en vrolijk geïllustreerd!
“Toen dames ook op tweewielers wilden rijden, was er een probleem. Ze kregen hun lange rokken moeilijk over de stang heen. Als dat wel lukte, was het erg moeilijk om te fietsen. Daarom maakte men fietsen zonder stang. Dames waren er dol op. Dankzij de fiets konden ze er lekker op uit gaan. De fiets als bevrijding van de vrouw. Vet cool, toch?” (p. 48)
Voor lezers vanaf 7 jaar